De Ontmoeting: Stefan Fokkink

Je best doen, is voor mij goed genoeg.

“Natuurlijk zijn er dingen in mijn leven die ik niet goed heb gedaan, die anders hadden gekund, mensen die ik heb gekwetst of niet heb kunnen geven wat ze nodig hadden, relaties die verstoord zijn geraakt. De criticus in mijzelf kan het zo allemaal aanwijzen. Dat drukte op mij. De tijd en de kansen om dingen anders of beter te doen, waren ineens erg gering. En toen, op een bepaald moment terwijl ik aan het mediteren was en het verdriet in volle kracht naar boven kwam, klonken ineens de woorden in mij: ‘Je hebt het goed gedaan’.

Dit is een citaat uit het boekje ‘De Onderstroom’ van Ans van Keulen dat ze schreef na het krijgen van de diagnose ‘uitgezaaide darmkanker’. We spraken met haar man Stefan Fokkink.

Kenia

Geboren in Gramsbergen vertrokken Stefan’s ouders toen hij drie was naar Haaksbergen. Voor zijn studie Tropische Plantenteelt aan de Landbouw Hogeschool in Wageningen (inmiddels universiteit), verliet hij eerst Twente en later – voor stageplekken en werk – zelfs het land.
Ans van Keulen studeerde aan dezelfde hogeschool Plantenziektekunde. Ze raakten bevriend en vertrokken na hun studies samen voor een aangeboden functie naar Zanzibar. Ze bleven er twee jaar, keerden toen voor één jaar terug naar Nederland om vervolgens in 1996 voor een periode van tien jaar ons landje te verruilen voor Kenia. Daar werden hun twee zonen geboren. Alleen voor de jongens keerden ze in 2006 terug naar Nederland.

“We woonden daar niet in Nairobi, maar in een kleine stad. Voor jonge kinderen geen probleem. Die kunnen er naar hartelust buiten spelen en vrij zijn, maar voor pubers die iets meer willen, was er weinig te doen. Zelfs iets simpels als een voetbalclub was er niet. Ze waren bij ons vertrek met vijf en acht jaar oud weliswaar nog niet aan het puberen, maar wij wilden – met het oog op een makkelijke instap op de middelbare school – dat ze ruim daarvóór vertrouwd zouden zijn met Nederland”.

Het spreekt voor zich dat er voor iemand met kennis van tropische plantenteelt in Nederland weinig eer te behalen viel en valt. “Tenzij ik bereid was geweest deel uit te maken van een medefinancierings organisatie. Daar zijn er genoeg van, maar dan was ik beland in een bureaubaan en daar word ik niet echt gelukkig van” .

Nederland

Terug in Nederland kwamen ze aanvankelijk terecht in Wageningen. Vanwege werk in Haarlem vertrokken ze het jaar daarop naar Velserbroek.
Stefan besloot zich om te scholen. Als Zorgboer hoopte hij de link met de landbouw te kunnen behouden.

In 2010 was het zover en kon hij in die functie eerst aan de slag in Badhoevedorp en later, samen met Ans, in de zorgtuinderij Bloemendaal die deel uitmaakte van De Ark Gemeenschap Haarlem. De Ark is een gemeenschap waarin mensen mèt en zonder beperking samen komen om het leven te vieren, waarin zwakkeren hun krachten kunnen ontdekken en sterken hun beperkingen en waar iedereen kan ontdekken wat het betekent om werkelijk mens te zijn.
Ans raakte in die periode in een burnout.
Daar was ze nog niet helemaal uit toen ze – nota bene op haar verjaardag – in 2013 de diagnose darmkanker met uitzaaïngen kreeg.

Het positieve

Direct al bleken Ans èn Stefan te beschikken over krachtige kwaliteiten om deze – voor menigeen loodzware – diagnose het hoofd te bieden.
Of er daarvoor alarmbellen waren af gegaan? Stefan: “Die hebben we niet kunnen traceren. Dat was ook niet eenvoudig, want ze zat toen al geruime tijd in een burnout. Dus waar komen signalen dan precies vandaan? We hebben er niet lang over gesproken. Ans zei: “Ik weet het gewoon niet. Ik kan daar heel lang over gaan denken, maar dan weet ik het nog steeds niet”.
Direct na de diagnose zijn we, ook als gezin, primair samen het ziekteproces in gegaan. We spraken over hoe we het zouden doen, hoe we het zouden willen en hoe we alle stappen zouden gaan doorlopen. Vrijwel direct zijn we gestart met het weer oppakken van het positieve van het leven.
Wellicht had het ook te maken met onze universitaire achtergrond. Uit eigen ervaring beschikten we via wetenschappelijk onderzoek over een helder zicht op prognoses bij bepaalde ontwikkelingen. Prognoses zijn er niet voor niets. En als je dan weet hoe ernstig een bepaalde diagnose is, ga je die niet ontkennen om vervolgens boos te worden en alle verdere stappen uit dat zogenaamd vastomlijnde proces te doorlopen. Is dat nuchterheid? Misschien. Ik zie het meer als een stuk realisme”.

Van moment tot moment

Direct daarna ging Ans het bekende behandelingstraject in van bestraling, chemo en scan. Dat verliep aanvankelijk goed, want na een half jaar gaf een scan een onveranderd beeld te zien. Dat gaf hoop. Er werd overgegaan tot opereren. Twee hoog aangeschreven specialisten hebben in het Antonie Van Leeuwenhoek ziekenhuis zeven plekken in haar lever succesvol behandeld.

“Maar, toen drie maanden later alles alweer terug was, wisten we dit gaan we niet meer redden. We leefden van moment tot moment. Je bevindt je op volstrekt onbekend terrein en valt feitelijk terug tot doen wat voelt dat goed is. Je hebt geen tijd om te analyseren, daarvoor gebeurt er veel teveel.
De kinderen – inmiddels vijftien en dertien – begrepen er uiteraard relatief al veel van. De oudste wist het allemaal niet zo goed. Als je nooit zoiets hebt mee gemaakt, is het ook moeilijk om precies te duiden wat het met je doet. Bovendien reageert ieder mens natuurlijk op zijn eigen manier. De jongste uitte het heel anders. Die had vrienden die ook wel iets hadden mee gemaakt en zeiden tegen hem dat hij het eigenlijk best wel goed deed. De oudste praatte er niet zoveel over en dat was ook oké.
Die mogelijkheid werd thuis echter wèl geboden. Het gezin vormde een eenheid die ook de Thuiszorg niet ontging. “Wij deden het heel duidelijk mèt elkaar. Soms zie je in dergelijke situaties dat alle aandacht dan naar één gezinslid gaat. Dat was bij ons niet zo en dat was heel bijzonder om mee te maken. Wij hebben alle vier gedaan wat binnen onze macht was en tegelijkertijd hebben we het samen gedaan en dat voelt goed. Daardoor voel ik nu vrede en kamp ik niet met onoplosbare vragen. Het is afgesloten waardoor ik na verloop van tijd verder kon met mijn leven”.

Puur

“Het was – hoe raar het misschien ook klinkt – heel bijzonder om mee te maken. Zo’n fase is heel puur. Naarmate de ziekte verder vordert, blijft er steeds minder over. Praten over de toekomst heeft geen zin meer. Je bent heel veel in het hier en nu en met elkaar. Om je heen is iedereen nog altijd met van alles en nog wat bezig, maar jij komt allengs dichter bij jezelf. Wie ben je, wat wil je, wat is echt belangrijk”?

Ans was vrij goed in het afscheid nemen van het leven. Dat deed ze stapje voor stapje en die stapjes werden uiteindelijk kleiner en minder tot geen. Het was min of meer een kwestie van het leven uitleven”.

Hij denkt wel dat het hem heeft veranderd. “Niet in de kern, ik ben nog steeds wie ik was, maar toch denk ik dat hier nu een andere Stefan tegenover je zit dan wanneer dit niet was gebeurd. Ervaring maakt een persoon, toch? Noem het wat je wilt. Levenswijsheid, ervaring, inzicht?
Iedereen die in een dergelijke situatie heeft gezeten, heeft kennis gemaakt met de reacties van mensen om je heen zoals “ja, ik heb het ook mee gemaakt, ik weet wat het is”. Ik begrijp goed dat dat voortkomt uit onmacht, niet weten wat te doen, wat te zeggen, maar het is niet per se de meest handige manier van reageren. Er is vanaf onze geboorte één ding zeker, we gaan allemaal een keer dood. Desondanks worden we hier niet op voorbereid. Dus als we er – vaak onverwacht – voor komen te staan, weet menigeen niet hoe er mee om te gaan.
Toen mijn vader overleed, had mijn moeder het zwaar. Toen zij mij een keer belde, kwam ze na enige tijd zelf tot de conclusie dat ze dat allemaal niet tegen mij hoefde te zeggen. Ik had het immers zelf mee gemaakt. Dan ontstaat er een soort omgekeerde wereld. Mijn moeder, ouder dan ik, zou over meer levenswijsheid moeten beschikken, maar het tegendeel was toen waar”.

De Onderstroom

In november 2014 kreeg Ans van de artsen te horen dat ze niet meer beter zou worden van haar ziekte. Toen ontstond de behoefte iets te gaan schrijven over haarzelf, met als doel iets tastbaars voor haar jongens Jan-Willem en Ide achter te laten. Het werd uiteindelijk een prachtig boekje met de titel ‘De Onderstroom’ dat aan alle aanwezigen op de uitvaart werd uitgereikt.
Ans schrijft daar: “Ze zijn nu nog zó jong – zeventien en vijftien – tieners nog maar! Wat weten ze eigenlijk van mij? Hoe goed kennen zij mij, buiten mijn rol als hun moeder? Ze zijn nu op een leeftijd waarop ze zich van hun ouders gaan losmaken. Dat is niet bepaald de leeftijd om te praten over de volwassen onderwerpen waarmee ikzelf in deze levensfase bezig ben”.
Wat Ans heel persoonlijk aan haar kinderen wilde schrijven en wat met hen te maken had, liet ze eruit en richtte ze in aparte brieven aan de jongens zelf. Brieven waarin ze schreef hoe moeilijk het voor haar was om hen achter te laten. Dat ze trots op hen was en over hoe zij in het leven stond zodat de jongens later konden begrijpen wie hun moeder was en wat haar bezig hield.
‘De Onderstroom’ laat zien wat een diepgaande ontwikkeling deze perfectionistische vrouw gedurende haar leven heeft ondergaan. Wijze woorden die getuigen van dilemma’s, inzichten en levenslessen. Een citaat uit het boekje: “Zo heeft mijn ziekte mij geleerd om te leven met de dag, stap voor stap. Dat was de beste manier om de behandelingen door te komen en om met de grote onzekerheid om te gaan: de toekomst te laten voor wat hij is. De antwoorden op de grote vragen die je hebt, die krijg je niet. Eigenlijk is het één grote oefening om het uit te houden in het niet-weten. En je houdt het alleen maar uit in het niet-weten als je de toekomst, en jouw ideeën over hoe die toekomst eruit zou moeten zien, kunt loslaten, kunt laten voor wat hij is, namelijk: nog niet”.

En :”Langzamerhand merkte ik dat door los te laten er ook iets zacht werd in mij, tenminste dat is het woord wat ik eraan zou willen geven. Dat ik het leven meer kon laten komen zoals het komt, met de goede, maar ook met de moeilijke kanten ervan. Ik heb zodoende geleerd mij meer toe te vertrouwen aan de stroom van het leven. Dat heeft een soort ontspanning gebracht ten aanzien van mijzelf, maar ook in mijn relatie met andere mensen. Ik voelde dat er meer warmte en liefde door ging stromen. Deze zachtheid heeft, denk ik, alles te maken met kwetsbaarheid en kwetsbaar durven zijn, het uit durven houden in de naakte waarheid omtrent jezelf en je leven en de naakte waarheid omtrent anderen en de wereld waarin je leeft. Dat het de kunst is om daarbinnen je weg te vinden in al je kwetsbaarheid en met alle compassie die je gegeven is. Het is als handen die zich openen in plaats van zich aanspannen tot een vuist”.

Jij gaat het wel goed doen

Uiteraard werd er heus ook wel over de toekomst gedacht. Een toekomst zonder Ans. Zij heeft daar met Stefan nauwelijks over gesproken. Wèl met tenminste één vriendin en familieleden, zo bleek na haar dood. Tegen hem zei ze: “Over de periode na mijn dood ga ik niets zeggen. Dat is aan jou. Ik ben er dan niet meer. Jij gaat het wel goed doen”.
Stefan heeft er geen moeite mee dat zij dat deel bewust niet met hem deelde. “We hebben allemaal ons best gedaan en dat is voor mij goed genoeg. Want, wat is het perfecte plaatje? Hoe zou het moeten? Er is geen scenario dat je hierop kunt loslaten. Elk mens, elke situatie is verschillend. Het is gegaan zoals het is gegaan en je hoeft toch ook niet alles met iedereen te delen? De jongens en ik hadden natuurlijk al genoeg zorgen. Misschien wilde ze dat deel niet bij ons neerleggen, ons daarmee niet ook nog eens belasten. Dat heeft, vind ik, ook wel iets moois”.

En dan, op een dag

Tussen diagnose en overlijden zaten uiteindelijk twee jaren. “En dan, op een dag, is ze er niet meer. Dan valt er zoveel te verwerken en te voelen en tegelijktertijd gaat het leven door. Juist ook met de mensen die blijven leven en vooral met kinderen. Ik zei dan ook op de dag van de begrafenis: Morgen gaan jullie wèl naar school, maar weet dat als het niet gaat je altijd naar huis mag komen. Ik werkte zelf toen om die reden de hele maand halftijds. De oudste is nooit thuis gekomen, de jongste wèl. Ik heb ze daarmee de ruimte geboden zich minder goed te voelen”. Zijn zonen hebben later gezegd dat dat achteraf gezien de juiste aanpak is geweest.
Stefan heeft zelf vroeger een jonger broertje verloren en destijds stuurden zijn ouders hem ook direct daarna naar school. Daarentegen kent hij een gezin in de straat waar hij ooit woonde waarvan eveneens de moeder overleed.
“Het kind ging vervolgens maandenlang niet naar school, startte toen met halve dagen en had het alsnog heel zwaar. Bovendien loop je dan de kans dat zo’n kind blijft zitten, in een klas met jongere klasgenoten terecht komt, vrienden verliest en zich mede daardoor waarschijnlijk nog slechter voelt.
Als je direct daarna de draad weer oppakt en je krijgt het moeilijk, begrijpt iedereen dat. Daar groei je in, met afleiding. Alles wat je in zo’n periode in je ritme kan houden, moet je denk ik zo laten. Er verandert immers al zoveel.
De jongens hebben direct na haar dood een maand lang niets mee gekregen, dat wist en besefte ik heus wel, maar ze waren er wèl en zijn uiteindelijk nooit blijven zitten”.

Nieuwe liefde

Hij kan zich niet meer herinneren of hij het Ans heeft gezegd, maar naar de jongens heeft hij meerdere malen laten blijken niet altijd alleen te willen blijven. “Ik ben, heel simpel, niet iemand om heel lang alleen te zijn”.
Ruim een jaar na de dood van Ans kwam Mirjam in zijn leven. “We kenden elkaar al wel, want ze woonde in dezelfde straat en zijn oudste en haar jongste voetbalden samen. Ans heeft haar ook gekend want Mirjam en zij gingen naar dezelfde kerk. Ze was gescheiden, had eveneens twee kinderen en vond net als Stefan de zondagen wel heel erg lang. De jongens waren inmiddels echte pubers en hadden lang niet altijd meer zin om samen met hem te gaan fietsen of wandelen. En dus deed hij dat met Mirjam. De jongens waren daar blij mee, hoefden ze zich niet meer schuldig te voelen. Zij konden hun eigen gang gaan en pa was gelukkig”.
Want, dat werd al snel duidelijk. Stefan en Mirjam bleken elkaar, zoals hij het zelf formuleert, op hoog niveau te begrijpen. “Er zijn veel overeenkomsten in karakter. Wij herkennen veel in elkaar waardoor we elkaar direct begrijpen. Ik zou niet zoveel zin gehad hebben in iemand met wie dat niet zo was. Op deze leeftijd? Nee, dat zou ik niet meer willen”.

Tweede kans

Om niet teveel veranderingen te creeëren voor de vier kinderen besloten ze ieder in hun eigen huis te blijven wonen. Daardoor kregen de kinderen alle ruimte en werd hun leven niet nog verder op zijn kop gezet. Het ging overigens wel heel goed tussen allemaal.

Het verleden speelt niet zo zeer een rol in hun relatie, maar het mag er wèl zijn. “Voor mijzelf heb ik heel duidelijk het gevoel dat dat is afgerond. Ik denk dat ik het goed heb verwerkt, anders had ik niet open kunnen staan voor een nieuwe relatie. En natuurlijk was het allemaal niet makkelijk. Met name dat eerste jaar. Tussen al die zware dagen zat ook wel eens een goede dag. En het is denk ik van cruciaal belang dat je je op zulke dagen open stelt en iets gaat doen in plaats van de nadruk te blijven leggen op hoe moeilijk het allemaal is en in de slachtoffer rol te kruipen”.
Terugkijkend denkt hij dat er na vier jaren voor het hele gezin iets begon te veranderen. “Ik durfde weer vooruit te kijken en kreeg meer lucht. De zwaarte van het eerste uur maakte langzaamaan plaats voor dromen waaraan ik weer gestalte wilde geven. Dat betekent niet dat Ans voorgoed is verdwenen. Dat gaat nooit gebeuren. Ze zit in m’n hart”.
Het kruisje dat zij altijd droeg, zit sindsdien permanent om zijn hals. “Zo is ze altijd bij me. Ook haar ring draag ik. Maar, de relatie met Ans ontwikkelt zich niet meer. We zijn nu met andere dingen bezig, meer gericht op de toekomst”.

En in dat kader keerde hij na een afwezigheid van 37 jaar weer terug naar Haaksbergen. Vanwege de Noaberboeren, een project waar hij direct warm voor liep. En voor het eerst – nu inmiddels ruim een jaar – woont hij samen met zijn nieuwe geliefde.
Ze hebben het fijn, hij is blij en dankbaar en vindt het heel bijzonder een tweede kans te krijgen en het opnieuw heel goed te hebben met iemand.

Zorgboerderij

Als één van de twee vaste boeren bij de Noaberboeren heeft Stefan enige tijd geleden een nieuw plan gelanceerd. Hij wil op het Lankheet weer opnieuw een Zorgboerderij opstarten onder de naam ‘Lankheet Tuin- en Boszorg’. Het Veldwerkcentrum aan de Lankheterweg zal daarbij dienen als basis voor de zorg. Qua werkzaamheden zijn er drie activiteiten: In de eerste plaats is dat werken in het bos. Denk daarbij aan palen vervangen, reparatie aan fietspaden, kortom allerlei boswerkzaamheden. Daarnaast op het land van de Noaberboeren werken in de groenteteelt. Als derde activiteit wil Stefan bij het Veldwerkcentrum een kwekerij beginnen met oerbomen die in deze regio al heel lang voorkomen en hun waarde bewezen hebben door de eeuwen heen. Zijn wens is die bomen te vermeerderen en Het Lankheet wederom te verrijken met nieuwe aanplant.
Stefan streeft naar relatief kleine groepen van zo’n acht mensen in totaal, die hier een leuke dagbesteding kunnen krijgen. Hij hoopt binnen een paar maanden van start te kunnen gaan. Na zich te hebben aangemeld bij de Vereniging Zorgboeren Overijssel heeft zij hem op haar beurt aangemeld bij de Federatie Landbouw en Zorg. Dit is de houder van het keurmerk. Wie zich daar bij aansluit, kan het kwaliteitskeurmerk halen waardoor je interessant wordt voor organisaties om te plaatsen. Ook de gemeente heeft inmiddels haar goedkeuring gegeven en dus kent Haaksbergen binnenkort haar eigen Zorgboerderij Lankheet Tuin- en Boszorg.

Lees meer verhalen van De Ontmoeting

Volg het nieuws uit Haaksbergen

Tekst en foto: Hanneke Straten

Een productie van RTV Sternet