Het Verhaal van Haaksbergen: 18 Lös Hoes (1700)

RTV Sternet produceert in samenwerking met de Historische Kring Haaksbergen onder de noemer ‘Het Verhaal van Haaksbergen’ een serie over de geschiedenis van Haaksbergen. Deze keer is het onderwerp: Lös Hoes

Hoe de boeren toen leefden

Als plattelandsgemeente was Haaksbergen vanouds een agrarisch dorp, waarin de marken een belangrijke stempel drukten op het landbouwsysteem. Die geschiedenis maakte ons dorp niet uniek in de regio. Bijzonder waren wel de omstandigheden waaronder de boeren leefden in hun zogeheten lös hoes. In dit oertype van de Twentse boerderij leefden mens en dier samen in één grote ruimte, zonder afscheiding tussen het woon- en bedrijfsgedeelte. Begin 18e eeuw was dit de gangbare woonvorm.

Het grondgebied van Haaksbergen kent nog drie voorbeelden van het lös hoes: de boerderijen Groot Brummelhuis aan de Brummelhuizerbrink in de buurschap Boekelo en Groot Kattendam aan de Bartelerweg in Holthuizen. Deze twee agrarische bouwwerken behoren tot de laatste grote vertegenwoordigers van het lös hoes op Twentse grond en dan ook nog op de historische locatie waar ze al eeuwen aanwezig zijn. Buiten Haaksbergen vind je dit soort boerenbehuizingen origineel of als replica alleen in musea. Het derde lös hoes is het eenvoudige en veel kleinere boerderijtje de Bommelas in het Buurserzand. Groot Brummelhuis en de Bommelas zijn rijksmonumenten, Groot Kattendam is gemeentelijk monument. In Nederland is Groot Brummelhuis uniek, mede door het bewaard gebleven interieur. In 2011-2012 is de boerderij grondig gerestaureerd.

Authentieke plek

Boerderij Groot Brummelhuis staat nog altijd op de authentieke plek in de noordwesthoek van Haaksbergen, onder de rook van Hengevelde. Het erve komt voor het eerst in 1398 in de schriftelijke bronnen voor. Vervolgens wordt het genoemd in het register van 1475 van de bisschop van Utrecht. De boerderij is een van de oudere erven in de buurschap Boekelo en was een gewaard erf. De hoogte van het waartal was bepalend voor het gewicht van het stemrecht dat de eigenaar had in de marke. Daar werd het beheer van de gezamenlijke gronden geregeld. Brummelhuis was tot in de 17e eeuw een leengoed en kende in de voorgaande eeuwen verschillende leenheren, zoals de bisschop van Utrecht. Die leenheren gaven het vervolgens in leen aan hun leenmannen, waaronder de familie Van Beckum. De bewoners van de boerderij waren al die tijd pachter van de leenman.

Zoals gebruikelijk in Oost-Nederland werden de bewoners voor de invoering van de burgerlijke stand in 1811 vernoemd naar het erf. De oudst bekende bewoner is Herman ten Brummelhuis in het begin van de 17e eeuw. Sinds 1809 was het erf eigendom van de bewoners van de boerderij. Door huwelijk met een erfdochter werd in 1855 de familie Fluttert eigenaar.

Bouwconstructie

Wat vorm en constructie betreft behoort boerderij Groot Brummelhuis tot de hallehuisvorm. Dit type overheerst in Twente. De plattegrond is bijna altijd rechthoekig. Het kent een grote deel (de grote ruimte in het midden van de boerderij waar gewerkt werd) met twee grote deeldeuren (de niendeuren) in de achtergevel. Deze zijn geplaatst aan de wegkant, het werkgedeelte van de boer. De deuren zijn naar binnen toe teruggeplaatst, zodat er sprake is van een onderschoer. Het woongedeelte bevindt zich, zoals meestal, van de weg afgekeerd. Aan deze zijde bevindt zich de tuin met een put van Bentheimer zandsteen en een oude knotlinde die voor schaduw zorgt. De kap wordt gedragen door een gebintconstructie van eikenhout. Boerderij Brummelhuis kent zeven gebinten en is ruim 20 meter lang.

Aan de zijkant is een boven- of endskamer aangebouwd, die bestemd was als woning voor de niet meer werkende ouders. In 2011 is deze vervangen door een nieuwe passende woning. De boerderij kent aan zowel de voor- als achterzijde nog houten topgevels, voorzien van een gevelteken. De wanden zijn van baksteen, die in 1820 de lemen wanden met vakwerk vervingen. Het jaartal 1820 is in muurankers op de voorgevel aangebracht.

Het dak is grotendeels met pannen en aan weerszijden van de nok met riet (oorspronkelijk stro) bedekt. De plint (onderkant muur) is van Bentheimer zandsteen. In de boerderij bevindt zich in het woongedeelte een keitjesvloer met open vuur. Ook de bedsteden zijn nog aanwezig.

Bronnen:
‘Van Marke naar maatschap’, M.C. Waijerdink-Mentink.
‘Boerenerven in Haaksbergen’, Rob Ellenbroek.
‘Boerderijen in Twente’, H. Hagens.

Kijk hier voor alle afleveringen van het Verhaal van Haaksbergen

Verteller: Wim Oltwater
Interview en montage: Constance van Wolferen
Eindredactie: Michel van der Voort
Een productie van RTV Sternet

Het project ‘Het verhaal van Haaksbergen’ is mede mogelijk gemaakt door de Provincie Overijssel
Met dank aan de Historische Kring Haaksbergen